Wat is het theater van het brein?

Wat is het theater van het brein?

75% van de mensen is visueel ingesteld. Zij denken in beelden. Iedereen heeft (wat ik noem) een theater in het brein. Inlevingsvermogen wordt het ook wel genoemd. De een heeft het iets meer dan de ander, maar iedereen heeft het in beginsel. Interessant om te weten is dat het uit hetzelfde gedeelte van het brein komt als onze empatische vaardigheden.

Het theater van het brein is eigenlijk een metafoor. Net als dat een filmdoek metafoor staat voor een bioscoop. Het theater van het brein gaat eigenlijk om meeleven, maar vooral beleven. Je wil dat iemand jouw verhaal op een maximaal niveau kan volgen. Dit zorgt er niet alleen voor dat iemand jouw verhaal begrijpt, maar ook meeleeft en automatisch meedoet. Dit zie je bijvoorbeeld in de zielige spots van het Wereld Natuur Fonds, de zeehondenopvang, maar ook het Rode Kruis, Green Peace en Giro 555 bij rampen.

Door deze verhalen begrijpt men wat er zich in het leven van iemand anders afspeelt. Deze context is ook wel nodig ook. Als ik je nu zou vragen om voor Stichting Speaker College Kids een donatie te doen. Zou je dit dan doen? Waarschijnlijk niet. Als ik je zou vertellen dat ik met Speaker College Kids kinderen helpt om zelfverzekerder te zijn, zichzelf beter te kunnen verwoorden en zonder angst voor een publiek te spreken.

Wil je dan wel doneren? Er is natuurlijk een grote kans dat je dan nog een keer nee zegt. Als ik het verhaal combineer met een filmpje waarbij je kinderen ziet groeien in zelfvertrouwen, meer zekerheid en stevig in hun schoenen staan dan is de kans al veel groter dat je wellicht een donatie zou doen.

En dat is ook direct de overtuigingskracht van een goed visueel verhaal. Dat is ook de reden waarom boeken en films zo goed verkopen. Omdat mensen het fijn vinden om naar een goed verhaal te luisteren. Hoe vaak ben je zelf in slaap gevallen bij een presentatie omdat de spreker dusdanig saai van stof was dat je het niet meer trok.

Hoe spreek je het Theater van Het brein aan
Hoe zorg je er nu voor dat je iemand actief meeneemt in jouw verhaal. Dat iemand op het puntje van zijn of haar stoel zit en niet kan stoppen met luisteren. Dat is een lastige vraag, maar het heeft een vrij simpele uitleg nodig. Er zijn twee onderdelen die belangrijk zijn: structuur, verbeeldend spreken en signaalwoorden.

Structuur
Sommige verhalen blijven van naturen beter plakken in het hoofd van de luisteraar dan andere verhalen. Zo blijft een choquerend verhaal langer hangen dan een tussen aanhalingstekens “normaal verhaal”. Een grappig verhaal heeft daarentegen weer de kracht om sneller doorverteld te worden, terwijl een zielig verhaal om meeleven vraagt. Al deze verhalen hebben allemaal iets gemeen en dat is dat ze allemaal een bepaalde structuur hebben. Denk aan de raw, medium en well done strategie die ik je heb gegeven. Iedereen denkt op een andere manier en als jij je verhaal daaraan aanpast, dan zal dit leiden tot niet alleen een beter verhaal maar ook dat het makkelijker wordt opgenomen door het brein.

Spreek verbeeldend
Tijdens het spreken wat we doen is het belangrijk om verbeeldend te spreken. Voor veel mensen is dit een moeilijk onderdeel en dat begrijp ik ook best wel. De truc die ik mensen meestal aanleer is om jezelf als een soort van verhaalverteller te zien. Een verhaalverteller zoals je die ook meestal in de Winnie de Poeh films zag of dit nog steeds ziet bij films of voorleesevenementen voor kinderen.

Mensen moeten in jouw verbeelding geloven.
Als ik het in dit verhaal heb over het feit dat ik bij een restaurant heb gegeten dan is dat niet interessant genoeg. Als ik het vertel dat ik in een restaurant heb gegeten waarbij ik ergens in een hoek zak en dan zo door het glas de koks met zweet op het voorhoofd het eten heb zien klaarmaken. Dan geeft dit een beeld voor de luisteraar. Iedereen heeft wel eens gezweet, iedereen weet hoe een koksmuts eruit ziet en hoe heet het in een keuken kan zijn of hoe hard iemand moet werken. Je geeft dan een extra dimensie mee aan je verhaal. Je zorgt ervoor dat iemand niet alleen je verhaal hoort en begrijpt, maar ook de geur van het eten kan ruiken als je dit op de juiste manier beschrijft.

Signaalwoorden
De kracht van een goed verhaal zit natuurlijk in het verhaal zelf, de woorden die je vertelt, maar je hebt ook woorden nodig in je verhaal die het verhaal omlijsten. Dat zijn de signaalwoorden. En dit zijn niet de signaalwoorden die je gewend bent, maar dit zijn de tips die je kan gebruiken om mensen direct vanaf het begin in je verhaal mee te zuigen. Ik heb daarom een aantal verhaalstarters hieronder voor je opgesomd. Deze woorden geven aan de hersenen het signaal dat er iets belangrijks komt en dat iemand dus moet opletten.
Tot de verbeelding spreken met signaalwoorden

1. Stel je voor dat..
Met deze zin vraag je iemand iets zich voor te stellen. Eigenlijk vraag je iemand iets voor zich te zien. Stel je voor dat je in een groot gebouw staat en door ieder raam zie je het grote weiland wat om het hele gebouw zit. Je sleept iemand dan mee met jouw verbeelding.

2. Denk even met mij mee..
Deze starter is uitstekend voor het gebruik bij het oplossen van problemen of vraagstukken. Denk even met mij mee zorgt ervoor dat iemand, indien hij echt mee participeert, direct begint mee te denken met jouw verhaal, probleem of vraagstuk. Fantastisch dus voor je volgende brainstormsessie.

3. Ik wil dat je denkt aan..
Ja. Deze zin lijkt veel op de vorige zin, dat ben ik met je eens. Maar er is wel een verschil in het gebruik en de opvatting die mensen bij beide zinnen krijgen. Bij zin één (denk even met mij mee) is het de bedoeling dat iemand met je meedenkt, bij de zin waar we het nu over hebben (ik wil dat je denkt aan) laat je iemand actief aan iets denken. Het werkt eigenlijk een beetje hetzelfde als ‘denk niet aan een roze olifant’, waar denk je dan aan? Inderdaad een roze olifant. Je dwingt iemand ergens aan te denken. Dit kan je bijvoorbeeld gebruiken om iemand direct in een setting te zuigen zodat iemand jouw volledige aandacht heeft. Voorbeeld: ik wil dat je denkt aan een gezin met niet zoveel geld, eten drinken is moeilijk dus daarom ben ik op dit moment boodschappen aan het inzamelen voor de voedselbank.

4. Ik wil u graag een verhaal vertellen..
Deze verhaalstarter klinkt een beetje hetzelfde als ‘er was eens’. Zo begonnen de sprookjes van vroeger. Wanneer je tegen een kind zegt ‘er was eens’, en je begint daarna je verhaal dan wordt het kind in jouw gedachtengoed neergezet en leeft het jongetje of het meisje direct mee. Zo werkt het ook bij volwassenen. Daarom hebben we de ‘er was eens’-zin verandert in ‘ik ga u een verhaal vertellen’. Je kan op de plaatst van deze verhaalstarter ook makkelijk een zin gebruiken als “Ik wil u meenemen naar een verhaal over..”. Werkt precies hetzelfde.

Er is meer..
Dit is slechts een klein gedeelte van storytelling, maar wel een gedeelte dat heel belangrijk is. De grote verhalenvertellers zoals Walt Disney en Hans Christiaan Andersen gebruiken deze technieken, dus begin je volgende verhaal er ook mee.
80% van de mensen begrijpt de kracht van de verhaalstarters niet en dat begrijp ik ook wel. Zij hebben dit artikel waarschijnlijk nog niet gelezen ;-). Ga ze gebruiken en houd je publiek vanaf het eerste moment bij de les.

Lees ook dit artikel:
storytelling
Onzichtbaar Verkopen (1): van story TELLING, naar story SELLING
Sluiten